Kijk naar de lucht, flapdrol

Kijk naar de lucht, flapdrol

Deel

Het tafereel herhaalt zich de laatste weken overal. De zomer loopt op zijn laatste benen, de eerste herfstwind steekt op en de lucht boven je hoofd kleurt binnen tien minuten naar loodgrijs. Wat doet de moderne mens?

Niet opstaan. Niet naar binnen gaan. Geen jas pakken. We pakken massaal onze telefoon.

Sterker nog, we gaan in een comateus groepje met opgetrokken wenkbrauwen naar een schermpje van zes inch staan staren. "Bij mij zegt Buienradar dat het pas om kwart voor vier begint." Waarop een ander lui zijn eigen toestel tevoorschijn trekt: "Nee, Weeronline zegt dat het hier net langstrekt." Klopt de voorspelling niet met onze wens om lekker op het terras te blijven zitten? Dan swipen we door naar een derde app. Net zo lang tot we een algoritme vinden dat belooft wat we willen zien: het blijft droog, je hoeft niet te bewegen.

Ondertussen dondert het in de verte en valt de eerste ijskoude druppel precies in je nek.

We weten drommels goed dat die apps er voortdurend naast zitten. Een bui van drie kilometer breed laat zich niet op de minuut nauwkeurig voorspellen voor jouw specifieke stoeptegel. Maar zolang de pixel op het scherm zegt dat het droog is, weigeren we in beweging te komen. Het scherm heeft gelijk, zelfs als we tot op ons hemd doorweekt raken.

De miljoenen-klucht op de pitmuur

Je zou hopen dat dit infantiele gedrag stopt zodra de belangen groter worden. Kijk voor de grap eens naar de Formule 1. Het absolute summum van menselijke spitstechnologie en topsport.

Op de pitmuur zitten dertig hoogopgeleide ingenieurs met koptelefoons van een half maandsalaris voor een muur van beeldschermen. Ze hebben live data van weerradars, doorkoppelingen met meteorologische instituten en telemetrie van miljoenen euro’s. Ze debatteren via de boordradio minutenlang over 'micro-klimaatmodellen over vier ronden', terwijl de coureurs met driehonderd kilometer per uur over het asfalt glibberen en wanhopig roepen dat ze geen hand voor ogen meer zien.

Even die luie arm buiten de pitbox steken om te voelen of het giet? Ho maar.

Zelf waarnemen kost moeite. Zelf een knoop doorhakken betekent dat jij de verantwoordelijkheid draagt als de bandenkeuze verkeerd uitpakt. Een dashboard volgen is zoveel comfortabeler: als het misgaat, lag het immers aan het model. Dus staren we braaf naar de pixels, totdat er een wagen van vijftien miljoen dollar achterstevoren in de bandenstapel hangt omdat de satelliet nog op 'lichte motregen' stond.

Piet Pelleboer en de juiste hiërarchie

Begrijp me niet verkeerd: ik ben geen kluizenaar die oproept om je smartphone in de gracht te gooien. Ik gebruik die bende zelf ook dagelijks. Ik check Buienradar voor ik ga wandelen en ik draag een sporthorloge om mijn trainingen bij te houden. Er is helemaal niets mis met handige tools.

Maar er zit een levensgroot verschil tussen technologie als raadgever en technologie als baas.

Vroeger hadden we weerman Piet Pelleboer. Die stond met een krijtje voor een bord of kraakte door de radio: "In de loop van de middag kans op een stevige bui." Dat was een inschatting op hoofdlijnen. Wat deed je dan? Je keek even naar buiten, je zag dat het betrok en je nam je jas mee. Data gaf de context, maar jouw eigen ogen namen het besluit.

Tegenwoordig hebben we die volgorde exact omgedraaid. We gebruiken apps niet meer om ons verstand te ondersteunen, maar om het uit te schakelen.

Als mijn sporthorloge 's ochtends meldt dat mijn herstelscore 34 procent is, maar ik voel me kiplekker en vol energie, dan trek ik mijn hardloopschoenen aan. Punt. Maar hele volksstammen kruipen vandaag de dag terneergeslagen terug onder de dekens omdat een tracker beweert dat ze moe horen te zijn.

Dat is geen innovatie. Dat is pure, aangeleerde passiviteit. We zijn te lui geworden om zelf te voelen, zelf waar te nemen en ter plekke een knoop door te hakken. We willen garanties vooraf, zwart op wit in vrolijke kleurtjes, puur om zelf geen verantwoordelijkheid meer te hoeven dragen voor een verkeerde inschatting.

Het leven is geen app die je van tevoren vertelt wanneer je droog overkomt.

Gebruik die tools gerust. Maar stop met delibereren onder een afdakje met drie schermpjes in je hand. Kijk omhoog. Ruik de lucht. Steek je hand uit het raam. En als de wolken samentrekken, neem je gewoon zélf een besluit: je trekt een jas aan, je loopt naar binnen, of je laat je een keer ongegeneerd zeiknat regenen. Je smelt heus niet, en je weet tenminste weer dat je leeft!!

Lees verder