"Arnold, wat je ziet is spot-on, maar op het moment dat jij je mond opentrekt, krult de vloerbedekking op en valt het behang op de grond." - Johan Ravensloot
De quote hierboven heb ik dat altijd als een van de mooiste complimenten uit mijn loopbaan beschouwd.
Op zo'n moment worden mensen meteen wakker. De gezapigheid verdwijnt uit de kamer, de hartslag gaat omhoog en de energie begint te stromen. In de loop van de tijd heb ik geleerd om iets gerichter te schoppen. Niet meer wild om me heen maaien, maar precies die paar rotte stenen onder het wankele bouwwerk vandaan tikken. Fluwelen handschoenen weiger ik echter aan te trekken.
Ik leg liever gewoon de drol op tafel. Zonder opsmuk, zonder diplomatiek gedoe. Dan kunnen we er tenminste met zijn allen omheen lopen, ernaar kijken en vaststellen wat er werkelijk ligt, in plaats van te doen alsof de ruimte naar rozen ruikt.
Toch heeft iets me er lange tijd van weerhouden om mijn observaties en inzichten structureel op papier te zetten. Daar is een hele simpele reden voor.
De letters en woorden zitten in de weg
Ik ben een halve dyslect. In gesprekken of voor een zaal vol mensen heb ik nooit moeite gehad om mijn mening te geven of de vinger op de zere plek te leggen. Maar zodra mijn gedachten via een pen of toetsenbord naar een leeg document moesten, ging het mis. Mijn hoofd loopt tien stappen voor op mijn vingers, zinnen struikelen over elkaar en wat eruit komt, doet zelden recht aan de scherpte van het inzicht.
Jarenlang liet ik het schrijven daarom maar zitten.
De aanleiding om het toch te doen was zakelijk. Ik vond dat het bedrijf waar ik voor werk te weinig zijn eigen verhaal had. Er moest een duidelijk Point of View komen. Geen standaardverhaal of het napraten van onze grootste partner, maar een visie die het bedrijf zijn eigen gezicht geeft. Omdat ik wist wat ik wilde zeggen, maar het zelf niet vlot uit mijn handen kreeg, deed ik een poging met AI.
Mijn eerste pogingen waren ronduit tenenkrommend. Wat die machines uitspuugden was bloedeloos, gladgestreken en volgestopt met saaie managementteksten. Het was allesbehalve naar mijn zin.
Tegelijkertijd gebeurde er wel iets anders: het gaf me energie en ik kreeg er ontzettend veel lol in.
In plaats van op te geven, ben ik die modellen gaan ontleden, sturen en heropvoeden. Ik sleutelde aan aangepaste instructies en bleef schaven totdat het systeem begreep wat ik wil zeggen. Inmiddels heeft de AI mijn tone of voice, mijn ritme en mijn weerzin tegen kantoortaal door. Het is nog niet perfect en fungeert niet als een automatische tekstfabriek, maar wel als een hefboom voor mijn dyslectische brein. De ideeën, de wrijving en de stellingnames zijn honderd procent van mij; de machine zorgt dat de letters en woorden op de juiste plek vallen.
Dit opent de weg voor een lijst aan onderwerpen die al lange tijd in mijn hoofd zitten. Onderwerpen die schreeuwen om aandacht en een mening.
De grote paradox
Het is wel een fascinerende paradox. Ik ben dol op nieuwe technologie, werk als technologie-expert en ben een groot voorstander van innovatie, en ik gebruik AI om deze publicatie van de grond te krijgen. Maar tegelijkertijd zie ik met lede ogen aan hoe diezelfde technologie onze samenleving uitholt.
We besteden ons denkvermogen uit aan algoritmes. We verwarren gemakzucht met vooruitgang. We zijn slaven van onze mobiele telefoons. Echte menselijke frictie en contact verdwijnen meer en meer. Ze maken plaats voor saaie, nietszeggende mensen die vluchten voor een afwijkende mening of tegenspraak. We zijn collectief verleerd om zelf kritisch na te denken, aannames te fileren en een ongemakkelijk gesprek aan te gaan.
Dit zie je terug op de werkvloer, op straat en in de privésfeer. We durven elkaar niet meer recht in de ogen te kijken. Iedereen behandelt elkaar alsof we van suiker zijn, bang om iemand voor het hoofd te stoten, aangeklaagd te worden of een klap te krijgen. We verstoppen ons zakelijk achter procedures, stuurgroepen en diplomatieke omtrekkende bewegingen. Privé lopen we weg, vermijden we onderwerpen of praten we maar gewoon mee.
Maar de wereld wordt er niet beter van als we elkaar continu als breekbare wezens behandelen. Geen organisatie en geen mens groeit van collectieve overgevoeligheid, maar van helderheid en wrijving.
Wat je hier kunt verwachten
De Rebelse Denker is niet opgericht om zieltjes te winnen of om een veilige middenweg te bewandelen. Je vindt hier geen gepolijste marketingverhalen, geen theoretisch geneuzel en geen ontwijkend gedrag.
Ik wil je vooral prikkelen en vermaken met:
- Scherpe observaties over technologie, innovatie en transformatie.
- Ongezouten diagnoses over leiderschapsfalen, kantoorcultuur en organisatorische traagheid.
- Regelmatig een schop tegen heilige huisjes die allang hadden moeten instorten.
- Mijn verbazing over hoe wij als mensen met elkaar omgaan.
Mijn doel is niet dat je het overal mee eens bent. Mijn enige doel is dat je je eigen brein weer aanzet. Dat je stopt met het klakkeloos slikken van andermans onzin en weer leert om je te verbazen en te verwonderen over wat je ziet en wat er werkelijk aan de hand is. Om daar vervolgens een mening over te hebben, te delen en zo de wereld weer wat kleur te geven.
Veel leesplezier. Ben je het niet eens met me of is het een feest der herkenning? Laat het me dan weten.
Ik heb er nu al zin in.
Member discussion: